Hoewel de machine qua prestaties overtuigt, zijn er ook beperkingen die belangrijk zijn om te benoemen. Ten eerste is de bouwkwaliteit functioneel maar niet vergelijkbaar met professionele espressomachines: onderdelen zijn grotendeels van kunststof met enkele metalen accenten, wat de duurzaamheid op de lange termijn kan beperken bij intensief gebruik. Verwijderbare onderdelen zoals het lekbakje en reservoir zijn praktisch, maar voelen minder robuust aan dan bij duurdere modellen.
Een ander nadeel is de beperkte temperatuur- en drukregeling. De thermoblock-verwarming werkt snel, maar biedt niet de fijnmazige temperatuursstabiliteit van boilers in semiprofessionele apparatuur. Dit kan invloed hebben op de extractieconsistentie wanneer je veel experimenteert met verschillende bonensoorten en maalgraden. Voor gevorderde barista’s die precisie zoeken bij het afstellen van extractieparameters is deze machine daarmee minder geschikt.
Ook het stoompijpje, hoewel functioneel voor dagelijkse cappuccino’s, mist vaak de kracht en veelzijdigheid van professionele stoomsystemen. Het vraagt oefening om fijn, zijdeachtig microfoam te verkrijgen en is gevoeliger voor luchtinslag. Tot slot: ruimte voor accessoires en geavanceerde functies (zoals programmeerbare shot-volumes, ingebouwde bonenmaler of PID-regeling) ontbreekt, dus wie maximale controle en automatisering zoekt zal zich mogelijk beperkt voelen.